Praktische tips (tekst)


 

Een leuk en kwaliteitsvol filmpje maken, hoeft niet moeilijk te zijn. Met deze tips & tricks willen we u op een eenvoudige manier wegwijs maken in de wereld van de cameravoering. We geven u een aantal handige tips en tonen hoe het wel moet en hoe het niet moet. Wat volgt, zijn de basisregels, gecombineerd met de nodige creativiteit, komt u ongetwijfeld tot een tof eindresultaat.

Een eerste aandachtspunt is de beeldverhouding. Vooraleer u begint te filmen, controleert u best in het menu van uw camera in welke beeldverhouding de opname gebeurt. Er zijn twee mogelijkheden: 4:3 beeldverhouding, nu is het beeld bijna vierkant van vorm. Of 16:9, waarbij de breedte groter is dan de hoogte. Bijna geen enkel televisiekanaal zendt nog programma's uit in 4:3, zorg er dus voor dat de camera ingesteld is op 16:9. In het menu van de camera vindt u dat terug als aspect ratio of breedbeeldopname.

Zorg er voor dat de beelden die u maakt stabiel zijn. Een schokkerig beeld is erg storend voor de kijker en zou u dus altijd moeten vermijden. U gebruikt daarom best altijd het statief. Als de omstandigheden dat niet toelaten, hebben we voor u een aantal praktische tips.

Gebruik bij voorkeur een statief als u filmt. Nadat u de camera op het statief plaatst, controleert u of het waterpas staat. Op de meeste statieven is een waterpas ingebouwd.

Als u geen statief hebt of de situatie laat het niet toe om met een statief te filmen, zorg er dan eerst en vooral voor dat u stevig staat. Ga met gespreide benen staan en duw de camera tegen uw buik of heup voor extra steun. Een andere mogelijkheid is in uw onmiddellijke omgeving op zoek gaan naar een object om op te steunen. U kunt bijvoorbeeld een kastje of blok gebruiken om uw camera op te plaatsen.

Denk goed na voor u begint te filmen. Bepaal voor uzelf welk onderwerp u in beeld wilt brengen en vooral hoe. Afwisseling tussen verschillende beeldgroottes- en hoeken is hierbij belangrijk. Het maakt de montage achteraf een stuk makkelijker en het is bovendien aangenamer om naar te kijken.

Er zijn standaard drie verschillende beeldgroottes. In een 'wide' beeld neemt u de persoon van kop tot teen in beeld. Ten tweede hebben we een 'medium' beeld. De persoon staat nu van het hoofd tot ongeveer heuphoogte in beeld. Als derde hebben we een 'close' beeld. Daarbij filmt u de persoon van het hoofd tot op borsthoogte. Verander tijdens het filmen ook af en toe van beeldhoek. U filmt de persoon bijvoorbeeld zijdelings en verplaatst nadien de camera recht voor de persoon. Zo brengt u variatie in de beeldmontage.

Probeer uw filmpje ook dynamisch te maken. Een beweging in het beeld of van het beeld maakt het voor de kijker boeiend. Statische onderwerpen kan u soms niet vermijden, maar door een simpele beweging met de camera kunt u het op een meer aantrekkelijke manier in beeld brengen.

Net als de beeldgroottes, zijn er standaard enkele camerabewegingen: een pan, een tilt en een zoom-beweging. Bij een 'pan' beweegt u de camera horizontaal van links naar rechts en omgekeerd. Zorg er altijd voor dat uw pan-beweging een duidelijk begin en einde heeft. U pant dus van een punt A naar een punt B en beide punten moeten inhoudelijk iets te vertellen hebben. Zo pant u best niet naar een lege ruimte, want daar heeft de kijker geen boodschap aan.
Een pan is ook niet goed als hij te lang duurt en geen vloeiende beweging is. Een pan-beweging mag niet met tussenstops gebeuren.

 

Een andere beweging is de tilt. Daarbij maakt u een vertikale beweging met de camera, van onder naar boven en omgekeerd. Voor de tilt-beweging gelden dezelfde regels als bij de pan: maak de beweging steeds in beide richtingen en zorg voor een duidelijk en relevant begin- en eindpunt. Een slecht voorbeeld is een tilt-beweging die nergens naartoe gaat of die niet vlot wordt uitgevoerd. Dat geeft weer een schokkerig effect voor de kijker.

Een camerabeweging die u best vermijdt, is de zoom. Een zoom-beweging is onnatuurlijk voor het menselijk oog en komt erg oubollig over.

Een gegeven dat veel filmers parten speelt, is de lichtinval. Zorg er altijd voor dat het licht op uw onderwerp of object valt.

Wanneer u binnen filmt, kijk dan even rond of er voldoende licht is. Steek zo veel mogelijk verlichting aan of vraag op lokatie of meer verlichting mogelijk is. Als er niet genoeg licht op de persoon of object valt, is het beeld donker en wordt de persoon of het object minder zichtbaar voor de kijker.

Wanneer u een persoon filmt, moet hij of zij in het licht staan. Zoek waar het licht het best valt en breng de persoon daar naartoe. Let er op dat de belichting gelijkmatig verdeeld is. Het is bijvoorbeeld niet goed als een gezicht maar voor de helft belicht is.

Pas vooral op met ramen wanneer u binnen filmt. Als u een persoon voor het raam plaatst, zal hij of zij donker zijn in beeld. De pupil van het menselijk oog past zich aan aan het daglicht dat door het raam komt, de camera doet dat niet. U lost dit op door de situatie om te draaien: als cameraman gaat u met de rug naar het raam staan zodat het daglicht nu op het gezicht van de persoon valt. Op deze manier is de belichting goed.

Als u een interview opneemt, let u best op de volgende punten: de kijkruimte, de ooghoogte en de beeldhoek. Ook de plaats van de interviewer ten opzichte van de geïnterviewde is hier belangrijk.


De ooghoogte is belangrijk om uw beeld zo neutraal mogelijk te houden. de camera moet op dezelfde hoogte staan als de ogen van de geïnterviewde. Ook de interviewer moet zich aan die hoogte aanpassen.

Bij een interview moet u ook letten op de hoofdruimte. Plaats de ogen van de geïnterviewde op ongeveer 1/3de van uw beeldkader.

Niet onbelangrijk bij een interview is de beeldhoek. Wanneer de interviewer te ver van de camera staat, wendt de blik van de geïnterviewde zich af van de camera. Zorg er steeds voor dat beide ogen van de geïnterviewde zichtbaar zijn in beeld. Een gouden tip is er voor zorgen dat de interviewer dicht tegen de camera staat.

Tenslotte moet u er voor zorgen dat de micro het beeld niet verstoort. De interviewer plaats de micro best een paar centimeter onder de kin van de geïnterviewde.

Het is niet goed als de micro vlak voor de mond van de geïnterviewde gehouden wordt. Zo is het gezicht niet helemaal in beeld. Omgekeerd is te laag ook niet goed. Op die manier neemt de micro meer omgevingsgeluid op en is de klank van het interview niet meer zuiver. De gulden middenweg zoeken is dus

de boodschap.

Zo, en nu kunt u zelf aan de slag! Veel succes!